"Ik moet wennen aan elke kilo die erbij komt"

Kim heeft een eetstoornis

“Het begon toen we twee jaar geleden moesten verhuizen uit mijn ouderlijk huis. Mijn vader is overleden en aan ons huis kleefden mooie herinneringen. Ik wilde niet weg, maar we hadden weinig keus. Ik wilde iets gaan doen om me beter te voelen, om mijn situatie te veranderen en de controle over mijn leven terug te krijgen. In eerste instantie stortte ik me op sport, op het obsessieve af. Ik weet niet eens meer wanneer en waarom het gebeurde, maar op een gegeven moment begon ik ook te braken.

Tijdens een weekendje weg hoorde mijn nichtje me overgeven. Ik had het nog niemand verteld maar toen zij me erop aansprak, heb ik alles verteld aan mijn tante. Met haar ben ik naar de huisarts gegaan, die me uiteindelijk heeft doorverwezen naar de geestelijke gezondheidszorg. Samen hebben we het mijn moeder verteld. Ineens kreeg ik hulp, maar daardoor had ik het gevoel dat anderen weer de controle over mijn leven overnamen. Ik ging steeds minder eten, ik viel een kilo per week af. Niet vanwege weerstand tegen voedsel, maar ik wilde mijn gewicht controleren. Ik belandde in het ziekenhuis. Daar kreeg ik onder streng toezicht sondevoeding. Hulp die ik nog steeds niet wilde, dus zodra ik het ziekenhuis weer uit mocht, viel ik weer af. Ik was op dat moment nog niet gemotiveerd om beter te worden. Tot ik bij een kliniek ging kijken voor anorexia patiënten. Ik keek om me heen, zag die meiden en wist meteen: hier wil ik niet opgenomen worden. Ik vroeg aan mijn zus: “zie ik er ook zo uit?” Zij schrok er een beetje van en zei toen voorzichtig: “eigenlijk wel.” Daardoor begreep ik dat ik echt wel ziek was en dat ik iets moest doen. Ik wilde mijn leven terug. Niet steeds bezig zijn met mijn gewicht.

Ik kwam bij GGZ Delfland terecht waar een behandelplan voor mijn eetstoornis werd opgesteld: gezinsbehandeling, groepstherapie en gesprekken met een psycholoog en een diëtist. Ik raakte steeds meer gemotiveerd waardoor ik de hulp van de GGZ steeds beter kon toelaten. Soms vond ik dat mijn behandelaren teveel de regels volgden en raakte ik gefrustreerd. Ik ben een individu, geen geval uit een boekje. Ik heb het de behandelaren niet altijd makkelijk gemaakt maar ze hebben me nooit laten vallen. Er werd samen gezocht naar een oplossing.

Ik weet zeker dat ik er bovenop ga komen. Elke keer dat ik aankom, is dat nieuwe lijf weer even wennen. Maar dat lukt. Ik werk hard aan het verwerken van oud verdriet. Ik blijf mijn therapieën volgen en dan komt het goed. Straks weer alle dingen kunnen doen die ik leuk vind, is een goede motivatie.“

Ik heb nu hulp nodig!