GGZ Delfland verpleegkundig specialist publiceert onderzoek naar intensieve jeugdzorg

Maandag 08 oktober 2018

Vijf jaar lang stortte hij zich op een onderzoek om te kunnen voorspellen welke gezinnen een meer intensieve psychiatrische behandeling nodig hebben. Verpleegkundig specialist en promovendus Richard Vijverberg ontdekte de drie sterkste voorspellers voor het intensiveren van zorg, namelijk de psychiatrische klachten van het kind, hoge ouderlijke stress en huiselijk geweld. Een bevinding die hem een publicatie in het internationale online magazine BMC Psychiatrie bezorgde.

Wanneer moet een kind of jongere worden doorverwezen naar Familie FACT? Deze vorm van jeugdpsychiatrie biedt behandeling aan kinderen en jongeren waarvoor poliklinische zorg niet intensief genoeg is. De zorgvraag van deze jeugdigen is zwaarder en heeft meer aandacht nodig. Maar hoe kom je, liefst zo vroeg mogelijk, tot de conclusie dat een cliënt een meer intensieve vorm van zorg nodig heeft? GGZ Delfland verpleegkundig specialist Richard Vijverberg stelde vast dat er geen duidelijke verwijscriteria waren voor intensieve outreachende* zorg en begon vijf jaar geleden met een wetenschappelijk onderzoek. “De vraag naar intensieve zorg nam de afgelopen jaren toe. Maar wie de kinderen waren die intensieve zorg nodig hadden, wisten we eigenlijk niet. We konden niet goed bepalen wat het verschil was tussen de gezinnen die op de polikliniek terecht kwamen en de gezinnen van Familie FACT. Dat verschil wilde ik graag in kaart brengen; welke kenmerken maken dat een gezin intensievere zorg nodig heeft? GGZ Delfland stelde 8 uur per week beschikbaar om mijn wetenschappelijk onderzoek uit te voeren.”

Het belang van stabiele ouders

Richard bracht de situatie van de jeugdige cliënten in kaart door statistische modellen te ontwikkelen van het kind, de ouders, het gehele gezin en de sociale omgeving van het kind. Uit die modellen kwamen drie kenmerken naar voren die voorspellend zijn voor de behoefte aan intensieve zorg, namelijk de ernst van de stoornis van het kind, het stressniveau van de ouders en de mate van huiselijk geweld. Richard: “Als ik ouders naar huiselijk geweld vraag, doe ik dat op een manier die niet oordeelt. Als gestreste ouders met een kind te maken hebben dat fors probleemgedrag laat zien, is het niet vreemd dat zij niet altijd rustig kunnen reageren.” Diverse risicofactoren voor intensivering van psychiatrische zorg bij jeugdigen zijn in eerdere onderzoeken ook naar boven gekomen, volgens Richard. Ze zijn echter nooit hiërarchisch bekeken of met elkaar vergeleken. Richard: “Uit dit onderzoek blijkt hoe belangrijk het is om niet alleen te focussen op het verminderen van de psychiatrische klachten van het kind. In de behandeling besteden we ook specifiek aandacht aan het verminderen van stress bij de ouders en het stoppen van het huiselijk geweld. Met de bevindingen uit dit onderzoek kunnen zorgverleners praktisch aan de slag. Ik ben blij dat er een resultaat uit voort is gekomen dat zo concreet is en daadwerkelijk voor de dagelijkse praktijk bruikbaar is.”

Onderzoek van formaat

Het aantal eerdere studies naar dit onderwerp is beperkt. Er zijn slechts vier studies uitgevoerd waarin alleen de poliklinische zorg versus de klinische zorg is vergeleken. Sommige studies dateerden bovendien van twintig jaar geleden. Intensieve outreachende behandeling zoals Familie FACT is relatief nieuw. Wat dit onderzoek ook bijzonder maakt, is dat alle jeugdigen zijn meegenomen ongeacht welke psychiatrische stoornis zij hadden. In totaal hebben 246 gezinnen aan het onderzoek meegewerkt. Daarmee mag dit een groot onderzoek genoemd worden. En een arbeidsintensief onderzoek. Richard: “Laten we zeggen dat ik de afgelopen jaren weinig tv-series heb gekeken.” De verpleegkundig specialist werd ondersteund door verschillende andere mensen, waaronder psychiater Robert Ferdinand (copromotor) en gezondheidszorgpsycholoog in opleiding Amanda Noorman die hem hielp bij het verzamelen van data. Daarnaast werkten prof. dr. Berno van Meyel en prof. dr. Aartjan Beekman van het VUmc mee aan het onderzoek. In het kader van zijn promotieonderzoek zal Richard uit de verzamelde gegevens nog enkele artikelen schrijven.

*Outreachende zorg is behandeling aan huis waarbij toegewerkt wordt naar een doelstelling die vooraf bepaald is. Bij ambulante zorg wordt dit doel meer met de jongere zelf bepaald.

Ik heb nu hulp nodig!