Hechtingsstoornis

Als je een hechtingsstoornis hebt, voel je nauwelijks een band met andere mensen. Zelfs niet met je ouders of verzorgers.

Als je een baby bent, moeten je ouders zorgen dat je genoeg eten, drinken en aandacht krijgt. Als dat allemaal gebeurt, voel je veilig. Zelfs al gaan je ouders even weg, je weet dat ze terug komen. En al zijn ze boos op je, je weet dat ze van je houden. Als je dat weet, heb je zo’n veilige basis dat je erop uit durft te gaan om de wereld te ontdekken. Dat noemen ze hechting.

Als hechten misgaat

Als het bij jou helemaal niet zo prettig was tijdens je babytijd, kan dat ervoor zorgen dat er iets mis is gegaan met die hechting. Je hebt dan niet helemaal goed geleerd om mensen te vertrouwen en hebt daarom een hechtingsprobleem. Andere kinderen weten dat hun ouders of verzorgers er altijd voor ze zijn, maar jij hebt dat gevoel niet. Eigenlijk ben je vooral heel erg bang voor die onvoorspelbare wereld om je heen. Het is net alsof je geen bodem hebt waar je op kunt staan. Dit noemen we met heel moeilijke woorden ook wel gedesorganiseerde gehechtheid.

Soorten hechtingsstoornis

Er zijn twee verschillende vormen van deze stoornis:

Geremde hechtingsstoornis

Jij vraagt niet om aandacht en wijst mensen af die contact met jou zoeken. Het maakt jou niet uit wie er met je praat of voor je zorgt. Je weet niet goed wat je met andere mensen of situaties aan moet. Je huilt niet maar hebt ook nooit echt plezier. Soms zou je het liefst dood willen zijn.

Ontremde hechtingsstoornis

Jij bent een allemans vriendje en speelt en knuffelt met iedereen. Dat lijkt heel gezellig, maar je krijgt nooit echt een band met iemand. Sterker nog, je daagt de mensen om je heen uit om jou af te wijzen. Je doet vaak dingen die echt niet kunnen. Je denkt maar heel weinig aan andere mensen, het draait altijd vooral om jou. Je kunt slecht stilzitten en je hebt moeite om je ergens op te concentreren.

Kenmerken

In één of meerdere van deze kenmerken herken jij jezelf misschien wel:

  • Jij kunt heel erg aanhankelijk doen bij mensen die je helemaal niet kent
  • Je weigert om lief te doen tegen mensen uit je eigen familie
  • Je steelt en je liegt zonder dat je daar een reden voor hebt
  • Je doet soms hele gemene dingen bij dieren
  • Je maakt zomaar dingen kapot
  • Je gedraagt je soms alsof je seks wilt, zoals een volwassene zou doen
  • Als jij iets hebt gedaan wat niet mag, schaam je je daar helemaal niet voor
  • Je houdt je niet aan regels, je doet waar je zelf zin in hebt
  • Je kijkt mensen niet in hun ogen
  • Thuis ben je niet te genieten, maar op school gedraag je je keurig (of andersom)
  • Je bent super lief tegen iedereen, maar echt dichtbij komen ze nooit
  • Je bent het liefst alleen en kruipt zoveel mogelijk weg

Hoe ontstaat het?

Als jij een hechtingsstoornis hebt, is de kans heel groot dat je iets heel naars hebt meegemaakt toen je heel klein was (jonger dan vijf jaar). Je had bijvoorbeeld ouders die psychische problemen hadden (die eigenlijk een beetje ziek waren), die een slechte relatie met elkaar hadden of die zelf problemen hadden met hechting. Het kan ook zijn dat ze je niet goed verzorgden, dat jij bijvoorbeeld honger had en heel veel alleen was. Of je ouders deden je pijn. In sommige gevallen wisselde je als baby steeds van verzorgers, als je bijvoorbeeld op jonge leeftijd je ouders verloor of afgestaan werd. Dat soort dingen hebben veel invloed als je nog zo klein bent, omdat je echt nog niet voor jezelf kunt zorgen. Bij 1 op de 100 kinderen zorgt zo’n situatie voor een hechtingsstoornis.

Hoe wij je kunnen helpen

Was dit artikel nuttig?


Aantal gebruikers wat dit nuttig vond: 2 van 2

Veelgestelde vragen

Hoe kan ik me aanmelden?

Je kunt je niet zelf aanmelden bij ons. Dat doet de huisarts voor je. Ook het sociale wijkteam van de gemeente waarin je woont, kan je naar ons doorverwijzen. Heb je hulp nodig? Bel dan je huisarts voor een afspraak.

Heb ik toestemming van mijn ouders nodig?

Dat hangt af van je leeftijd. Volgens de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst (WGBO) beslissen de gezaghebbende ouders over je medische behandeling als jij jonger bent dan 12 jaar. Ben je tussen de 12 en 16 jaar? Dan hebben we ook van jou toestemming nodig, en van je ouders. Als je 16 jaar of jonger bent, moeten sowieso allebei je ouders tekenen, anders mogen we je niet helpen. Dat geldt ook als jij bijvoorbeeld bij een van je ouders woont en met de ander weinig contact hebt, omdat dat zo in de wet staat. Vanaf 16 jaar beslis je in principe zelf over je behandeling, maar als het even kan, betrekken we je ouders of verzorgers wel graag bij de behandeling. Dit bespreken we dan wel met jou.

Als ik een psychisch probleem heb, ben ik dan gek?

Er zijn superveel kinderen en jongeren die een psychisch probleem hebben, groot of klein. Dat kan komen doordat iets in je hersenen niet helemaal goed gaat maar ook door dingen die je hebt meegemaakt. Het is niet iets waar je om gevraagd hebt en het is meestal natuurlijk ook niet echt leuk. Maar wat je vooral moet onthouden: je hebt een psychisch probleem, je bent er niet één. Je bent en blijft in eerste instantie gewoon een mens met gevoelens en emoties, net als alle andere kinderen en jongeren om je heen. Niets om je voor te schamen dus. Er zijn dan ook steeds meer bekende mensen die vertellen over hun psychische problemen. Juist als mensen eerlijk vertellen over psychische problemen, gaan andere mensen beter begrijpen wat het inhoudt. Wil jij er op school over vertellen om te zorgen dat je klasgenoten jou beter begrijpen? Via de website Brainwiki kun je informatie voor spreekbeurten vinden.

Waarom kunnen ze mijn problemen niet gewoon met een pil oplossen?

Psychische problemen kunnen heel veel verschillende oorzaken hebben. Soms gaat er in je hersenen iets mis en is dat inderdaad met medicijnen op te lossen (dat noemen wij farmacotherapie). Maar psychische problemen kunnen ook ontstaan door iets in jouw karakter, iets wat is gebeurd of door je omgeving. Of door een combinatie van alles hierboven. In dat geval is het beter om te leren hoe je dat kunt veranderen of hoe je er beter mee kunt omgaan. Pillen zouden het probleem dan alleen maar tijdelijk oplossen. Tenzij je ze je hele leven slikt, en dat wil je toch ook niet? Daarom kiezen we soms liever voor een therapie.  Zie het maar zo: als je voor pijn in je knie naar de huisarts gaat, krijg je soms medicijnen en soms moet je oefeningen doen om je knie weer soepel te maken. Zo gaat het met psychische problemen ook.

 

Ik heb nu hulp nodig!