Onderzoek

Ervaar het perspectief van een depressief persoon

Nancy Schipper promoveert bij GGZ Delfland op de inzet van virtual reality bij depressie. In het najaar start zij met het eerste deel van haar onderzoek met een speciaal hiervoor ontwikkelde belevingsfilm. 

Nancy Schipper werkt sinds april aan haar promotietraject, over de inzet van virtual reality (VR) bij depressie. “Ik werk ruim vier jaar voor GGZ Delfland als gz-psycholoog. Ik deed al veel scholing en cursussen en vorig jaar kwam ik op een punt waarop ik me afvroeg wat mijn volgende stap zou worden. Na de universiteit twijfelde ik of ik de praktijk in zou gaan óf door wilde met promoveren. Toen koos ik bewust voor de praktijk. Maar bij de promotie van een vriendin herinnerde ik me weer waarom ik wetenschappelijk onderzoek ook zo interessant vond.”

Nu de onderzoeksambitie toch begon te kriebelen, besloot ze in de organisatie rond te vragen. Al snel bleek er een vacature aan te komen waarbij een combinatie van gz-psycholoog en promotieonderzoek werd gevraagd. “Daar heb ik op gewacht, want dat leek me perfect. Ik wist namelijk zeker dat ik het werk als behandelaar niet kwijt wilde, maar zocht tegelijkertijd de uitdaging om op een andere manier met mijn vak bezig te zijn. Het mooie is dat je je praktijkervaring mee kunt nemen in je onderzoeksprotocol.” Ze solliciteerde met succes op het promotietraject om onderzoek te doen naar de inzet van virtual reality bij depressie. Gemiddeld werkt ze twee dagen per week aan het onderzoek en anderhalve dag als behandelaar. “Die combinatie werkt goed, en ik kan die dagen redelijk flexibel zelf indelen.” In totaal duurt het promotietraject vijf jaar.

Belevingsfilm

Het promotietraject bestaat uit twee grote onderzoeken: een belevingsfilm en een virtuele, interactieve omgeving. “De grote lijnen daarvan waren al wel bedacht, zoals de onderwerpen voor de wetenschappelijke artikelen die ik voor mijn promotie moet schrijven en een grove tijdlijn. Voor de rest geef ik zelf invulling aan hoe het onderzoek vorm krijgt, zo schrijf ik voor het tweede deel in samenwerking met mijn begeleider en promotoren een heel behandelprotocol.” Aan het onderzoek zijn twee professoren gekoppeld als promotor: Claudi Bockting van de Universiteit van Amsterdam en Wim Veling van de Rijksuniversiteit Groningen.

Mensen met een depressie voelen zich vaak eenzaam, niet gesteund en vinden het moeilijk hun gevoelens te delen. “Het is heel moeilijk om je in te leven in een depressie. Mensen zijn soms geneigd om te denken: ‘Kom op, doe wat’, maar zo werkt het niet.”

In de belevingsfilm ervaar je daarom een dag vanuit het perspectief van een depressief persoon én vanuit de partner. Voorlichting, waarbij wordt uitgelegd wat depressie is, is ook nu al de start van de behandeling. “Door de belevingsfilm daaraan toe te voegen hopen we de effectiviteit van de voorlichting te verhogen. Ik denk dat de inzet van VR daarin absoluut van toegevoegde waarde kan zijn. Samen zo’n beleving ervaren kan echt iets teweeg brengen dat de behandeling ten goede komt. Andersom wordt ook het inlevingsvermogen van de cliënt geprikkeld. Het komt in VR anders over dan wanneer ze een verhaal lezen.”

Cliënten met depressieve klachten ervaren gevoelens van stigma en eenzaamheid. Als cliënten en diens naasten meer kennis hebben over depressie, zal dit naar verwachting leiden tot meer ervaren sociale steun, minder gevoelens van stigma en eenzaamheid en daarmee minder depressieve klachten.

Aan het eerste deel van het onderzoek, met de belevingsfilm, doen in totaal tachtig mensen mee. Op vier momenten worden er metingen verricht. “Vooraf vullen mensen een vragenlijst in. De ene groep krijgt daarna met een partner de huidige sessie, zoals we die nu hebben, met daarin uitleg op onder meer een whiteboard. De andere groep krijgt dat ook, maar met de belevingsfilm als toevoeging.” Tijdens de sessie stellen we vragen, zoals of iemand zich goed kan inleven en anders is gaan denken over depressie. Daarna is er nog een vragenlijst, evenals een week later en tijdens de evaluatie, als de behandeling afgerond is.

Het effect van de behandeling wordt uiteindelijk gemeten aan de hand van zelfstigma, depressieve klachten, eenzaamheid en sociale steun bij de cliënt. Bij naasten wordt getest op draaglast en kwaliteit van leven. “Om te kijken of ze het beter begrijpen en ze zich zelf minder belast voelen.”

Einde van het jaar hopen ze te kunnen starten met het onderzoek, dat eerst langs de medisch-ethische commissie moet. In oktober gaat ze met zwangerschapsverlof, waarna een collega het overneemt.

VR en depressie

Als behandelaar heeft Nancy veel cliënten in behandeling met depressieve klachten. Depressie is onder volwassenen de meest voorkomende psychische klacht in Nederland. De behandeling van depressie bestaat voornamelijk uit interpersoonlijke psychotherapie en cognitieve gedragstherapie, waar de behandeling met VR straks onderdeel van zal zijn. “In het begin van de huidige behandeling probeer je mensen uit te leggen dat als ze somber zijn ze minder gaan ondernemen, steeds vermoeider worden, passiever. Zo komen ze in een cirkel terecht en krijgen ze nog minder voldoening en worden ze steeds somberder. Naast het doorbreken van negatieve gedachtenpatronen is het belangrijkste doel van de huidige behandeling om mensen actiever te krijgen, maar dat blijkt vooralsnog moeilijk.”

Juist omdat het zo moeilijk is om mensen met depressieve klachten te activeren heeft ze positieve ervaring met de inzet van VR bij cognitieve gedragstherapie. “Je merkt dat rollenspellen veel meer gaan leven en minder droog zijn. Daardoor wordt de behandeling effectiever. Patiënten kunnen bijvoorbeeld een tegenspeler kiezen die lijkt op degene met wie ze in het echt een gesprek zouden moeten voeren. Ik heb soms cliënten waar je moeilijk tot kan doordringen, omdat ze bijvoorbeeld erg in het cognitieve blijven zitten, in hun hoofd en gedachten. VR helpt hen echt om bij hun gevoel te komen, omdat een situatie levensecht voelt en lijkt, in plaats van dat je deze alleen beschrijft.”

Het tweede deel van het onderzoek gaat onder meer over het activeren van cliënten. In een speciaal ontwikkelde VR-omgeving worden activiteiten gesimuleerd. Zo kan er worden geschilderd, gemediteerd of een groepsactiviteit worden gedaan. Ondertussen kan de behandelaar vragen stellen over hoe de cliënt zich voelt. Deze woorden kunnen meteen groot gevisualiseerd worden in de virtuele omgeving. Op die manier wordt de cliënt geholpen met het beter herkennen en verwoorden van positieve emoties. “Aanvankelijk had ik daar gezonde twijfels over, maar ik heb al veel gelezen over de wetenschappelijke achtergrond van de methode, zoals de werking van het beloningssysteem en het activeren van het positief netwerk. Daardoor ben ik er nu wel van overtuigd dat het effectief veelbelovend is.” Omdat de behandelmethode volledig nieuw is wordt deze eerst op kleine schaal getest, om aan te kunnen tonen dat deze effect heeft.

Kader: Nancy Schipper studeerde klinische psychologie, waarna je basispsycholoog bent. Na drie jaar werken volgde ze een gz-opleiding aan de Rino, die je naast werk doet. Daarna kwam ze als gz-psycholoog bij GGZ Delfland werken. Haar promotietraject duurt in totaal vijf jaar.

Meer weten?

Ik ben nog geen cliënt bij GGZ Delfland

We helpen je graag.

Naar Hoe wij je helpen Naar Hulp & ondersteuning

Ik ben een cliënt bij GGZ Delfland

Neem rechtstreeks contact op met je behandelaar of begeleider. Als naaste heb je vooraf toestemming nodig van de cliënt.

Ik heb geen contactgegevens