Onderzoek

Effectiviteit behandeling patiënten met PTSS verder verbeteren

Schokkende ervaringen kunnen leiden tot een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Het lukt iemand dan niet om de gebeurtenis te verwerken en dat resulteert in psychische en lichamelijke klachten. In veel gevallen hebben mensen met PTSS baat bij behandeling, maar in sommige ernstige gevallen blijken de bestaande therapieën onvoldoende te helpen. Klinisch neuropsycholoog en promovendus drs. John Molenaar van GGZ Delfland is geïntrigeerd door deze groep mensen en stelt in een onderzoek de vraag 'Hoe kunnen we de effectiviteit van de behandeling van patiënten met PTSS verder verbeteren?'

De 34-jarige Peter is al een tijdje somber, angstig en prikkelbaar. Om die reden kan hij niet meer werken en leeft hij een teruggetrokken bestaan. Hij wordt aangemeld bij de geestelijke gezondheidszorg. Na onderzoek blijkt hij posttraumatisch stresssyndroom te hebben, het gevolg van langdurige mishandeling in zijn kinderjaren. De behandeling van de ernstige emotionele aandoening van Peter blijkt echter onvoldoende te helpen. En hij is niet de enige die zijn trauma met de bestaande behandelingen niet weet te overwinnen. Dat inspireerde John Molenaar tot het doen van een onderzoek in het kader van een promotietraject, samen met hoogleraar Kees Korrelboom van het departement Medische en Klinische Psychologie van de universiteit van Tilburg. Het centrale thema in het promotieonderzoek is 'het voorkomen en het werkingsmechanisme van intrusies bij verschillende stoornissen'.

Van de Nederlandse bevolking krijgt 7,4 procent de diagnose PTSS. Dat zijn stevige cijfers, stelt John. "In ons brein gaat veel goed, maar er kan ook wel eens iets fout gaan. Het ontwikkelen van een angststoornis als PTSS is daar een voorbeeld van." De meest voorkomende trauma’s waardoor mensen PTSS krijgen, zijn blootstelling aan een dreigende dood, mishandeling en seksueel misbruik. Ongelukken en oorlogshandelingen, of daarvan getuige zijn geweest, kunnen ook oorzaken zijn. Oorzaak is vooral de onmacht die mensen ervaren. In zijn praktijk behandelt John mensen met PTSS met de behandeling EMDR (wat staat voor Eye Movement Desensitisation Reprocessing, red.). De therapie vermindert de levendigheid en de emoties die aan de traumatische herinneringen kleven. Maar van de behandelde mensen blijft een derde klachten houden. Een reden voor John om te onderzoeken of er we een variant van EMDR te ontwikkelen valt die nóg beter werkt?"

Werkgeheugen
Mensen met PTSS hebben veel last van intrusies, volgens John. Een intrusie is onvrijwillig in het bewustzijn opkomende gedachte of beeld. Ze bezetten het werkgeheugen in het frontale deel van de hersenen. "Bij EMDR laat je mensen het traumatische beeld oproepen uit hun lange termijn geheugen en bied je hen tegelijkertijd een prikkel aan, lichtjes of vingers die van links naar rechts gaan. Om de 45 seconden vraag je vervolgens welk beeld in de cliënt opkomt. De herinnering komt dan in het korte termijn geheugen terecht, het werkgeheugen. Dit heeft maar een beperkte capaciteit, dus als je er veel van vraagt, wordt het traumatisch beeld instabiel en teruggeschreven naar het autobiografisch geheugen. De herinnering heeft nu minder emotionele lading dan voorheen."

Dual tasking
Doel van het onderzoek is te kijken of de traumatische herinnering nog sneller wordt afgevlakt als je iemand met PTSS vraagt om positief beladen beelden te bekijken wanneer hij aan het trauma denkt. "In deze dubbele taakbelasting – dual tasking - voeg je nog meer belasting aan het werkgeheugen toe door de emotionele waarde van het beeld te veranderen. In het onderzoek laten we de patiënten foto’s zien op een laptop, gekoppeld aan het traumascript waarin de oorzaak van het trauma wordt beschreven. We stellen hen vervolgens in drie condities bloot aan traumatische herinneringen. Iedere conditie bevat vier minuten dual tasking. In de eerste minuut zien ze tijdens het oplezen van het script positieve beelden: vakantiefoto’s, sportmomenten, vaders met hun kind op de arm, enzovoorts. Daarna moeten ze in de tweede minuut het trauma zelf voorstellen én de beelden bekijken. In de derde en vierde minuut doen ze dat opnieuw maar krijgen dan minder stimuli aangeboden. Daarna gaan we over naar een conditie met neutrale plaatjes, en vervolgens naar de controleconditie waarin ze naar een kruis kijken dat geen emotionele lading heeft. In totaal duurt zo’n dual tasking-behandeling 24 minuten."

Eerste resultaten
Eerder is een test gedaan onder Tilburgse studenten die een trauma moesten oproepen. In de conditie met positieve afleidingen was in die groep een verbetering te zien – de nare herinnering werd afgevlakt. John hoopt dat deze trend ook waarneembaar is bij mensen met PTSS die aan zijn onderzoek meedoen. Naar verwachting zijn eind 2019 de eerste resultaten bekend.

 

Meer weten?

Ik ben nog geen cliënt bij GGZ Delfland

We helpen je graag.

Naar Hoe wij je helpen Naar Hulp & ondersteuning

Ik ben een cliënt bij GGZ Delfland

Neem rechtstreeks contact op met je behandelaar of begeleider. Als naaste heb je vooraf toestemming nodig van de cliënt.

Ik heb geen contactgegevens